Bericht uit Nieuw-Nederland (16)

Een verloren zoon, een verloren zoon

Het toeval wil dat ik niet de eerste in de familie ben die naar Amerika emigreerde. Maar lange tijd dacht ik van wel, totdat tijdens een recente familiedag een achterneef uit de hoge hoed kwam die in 1964 naar Amerika was vertrokken. Het toeval wil ook dat ik sinds een week weer eens ruimschoots de tijd heb om te doen wat ik wil. En dus, onder het Amerikaanse motto ‘Easy to hire, Easy to fire,’ en met de verdiensten van mijn ‘Unemployment Benefits’ van $405 per week, nam ik de gelegenheid waar om de vroegere pionier uit de familie tak van vader’s kant te bezoeken in Bethlehem, PA.

Nederlanders bevolken het gebied tussen de Delaware rivier en de Connecticut rivier al eeuwen. Als moderne kolonist, behoor ik tot die zonen van het Groot-Nederlandse vaderland die tot de glorie en welvaart van ons allen en die van de koning, dit barre land ver van de gemakken van huis en haard onderwerpen aan onzer wil. Zulkse pioniersarbeid vereist natuurlijk een bijzonder karakter van een man. Ik wist dus wel dat een weekeinde met familie overzees niet zo saai zou zijn als in het thuisland.

Vanaf de Port Authority Bus Terminal aan de rand van het ouderwets louche district tussen 40th en 42th Street en 7th en 8th Avenue, vertrekken honderden bussen per dag vanuit Nieuw Amsterdam naar de verre uithoeken van Nieuw-Nederland. Trans-Bridge Lines vezorgt de route naar Bethlehem, Pennsylvania aan de rand van Dutch Country. Het niemandsland ten westen van de stad is een onherbergzaam zout water moeras dat bezaaid is met een bizar web van ijzeren bruggen en betonnen wegen. Dit is het ‘blue collar’ gebied waar Bruce Springsteen opgroeide, een verweerd industrieterrein dat zich een eindeloos aantal kilometers uitstrekt op een steenworp afstand van de hippe en snelle stad. Ik voel een in-en-inne triestheid opkomen, verval binnen enkele tellen na het verlaten van de Lincoln tunnel in een diepe depressie die pas wegebt als we de bossen en dalen van Pennsylvania bereiken. Allemachtig wat een wereld van verschil met de manie die me voortdurend meester is in Nieuw Amsterdam.

Na Nazareth, PA is de enerlaatste stop op de route Bethlehem, PA. Ook deze kleine stad is zoals vele Amerikaanse steden een aanschakeling van ‘strip-mall’ bebouwing, prefab containers met een gepleisterde voorgevel in het beste geval. Na een deprimerende busrit van bijna twee uur, bereiken we dan de eindbestemming Allentown, PA. De achterneef komt uiteraard Hollands stipt op tijd aanrijden. Ik stap uit de bus, loop naar rechts, en voordat ik het nummer gedraaid heb, claxoneert Krijn al vanuit een bordeaux rode Chevvy Blazer. Een twintig minuten durende rit langs bos en akker brengt ons naar zijn afgelegen huis omringd door vier hectare land. We lopen door de garage naar binnen, rechts een op oorlogssterkte aangevulde voorraad geblikt voer. Broer Krijn is nog uit het Rotterdam van voor de oorlog.

De volgende kamer is een volledig ingerichte bar, blauwe neon-verlichte letters vormen de naam ‘Miller’ in het raam, de sterke drank en likeur staat keurig langs de houten panelen aan de achterwand. Krijn draait zich naar me om en vraagt voor het eerst die dag: ‘biertje?’

Krijn is vijf en zeventig jaar oud, de linkerhelft van zijn gezicht is verlamd als gevolg van een beroerte vlak voor zijn driedubbele bypass en pacemaker operatie. Dat is te merken ook, Krijn drinkt alleen nog maar bier, tenminste afgezien van de twee glazen champagne met Royal likeur, de jenever en de paar night-caps voor het slapen gaan. Praatjes heeft Krijn nog wel, maar ook een hart van goud. Het diner met genodigden in het lokale restaurant van een kettingrokende dokter is geheel op zijn kosten. De verhalen uit de oude doos gaan als warme broodjes over de toonbank.

In 1964 had Krijn een enorme belastingschuld opgebouwd als gevolg van zijn koninklijke levensstijl en zijn onderverdiensten als warme bakker in Spangen, een volksbuurt van Rotterdam. Toen hij dus de kans had om als warme bakker op de Statendam aan te meren bij de Holland-Amerika Lijn, bedacht hij zich geen twee keer en verdween met de Noorderzon. Toen hij na een paar maanden echter in Rotterdam zijn loon wilde afhalen, bleek de lange arm van de wet hem toch in de kraag te vatten. De volgende drie jaar werkte Krijn voor noppes op de Statendam, hoewel hij de met de verkoop van achterover gedrukte Hollandse Nieuwe aan de bar nog wel wat zakgeld kon verdienen natuurlijk. Bovendien wist de charmeur uit Spangen een Amerikaanse dame aan de haak te slaan waarmee hij uiteindelijk trouwde. Na vijf jaar op zee de wereld rond gevaren te hebben, had Krijn genoeg water gezien. Hij werkte voortaan als bakker, kok en barman voor de Lion’s Club, hotels in en rond Bethlehem, en sinds zijn 65e als opzichter van commerciele parkeerterreinen. Zijn Amerikaanse pensioen, zijn Hollandse AOW en zijn extra bijverdiensten zorgen dus voor een riante oude dag zolang die nog duren mag.

Krijn is geen hoogvlieger maar wel een gezonde praatjesmaker. In mijn verbeelding staat hij symbool voor een generatie die na de oorlog en de naoorlogse jaren in Europa, besloten dat er meer te halen was dan een bruine boterham met kaas. Een generatie die vroeg opstond, lange dagen werkte zonder weekeinde, en zonder zeuren of klagen alles en iedereen achterlieten op zoek naar een beter leven, een leven zoals dat in de film. Krijn is een bon-vivant die keihard werkt maar werkt om te leven, een man van feesten en partijen, een man van een glimlach en een traan. Kom er nog maar eens om tegenwoordig bij een generatie die bestaat uit zakken tabak, uit weeklagen en misstanden, waar ‘immigratie’ en ‘arbeid’ vieze woorden zijn. ‘Biertje?’

Links:
De Reuze – Mailorder for Dutch foods
Holland America Line
State of Pennsylvania
City of Bethlehem
Wikipedia – Spangen
Wikipedia – Bruce Springsteen
New York – Unemployment Insurance Benefits Online

Print Friendly, PDF & Email

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *